Je hebt samen met Margot en Ilse een verslag gemaakt en een presentatie voorbereid voor de teamvergadering. Vandaag is het moment om de resultaten te delen.
Wanneer jullie aan de beurt zijn, nemen Margot en Ilse het voortouw. Hun enthousiasme is aanstekelijk en ze vertellen enthousiast over de positieve ervaringen van de cliënten.
Margot vertelt: “Mevrouw De Wit heeft gisteren wéér met haar kleinkinderen gebeld. Ze zei dat het voelde alsof ze weer echt contact hadden, in plaats van alleen korte telefoongesprekken.”
Ilse voegt toe: “En meneer Roos heeft inmiddels een hele afspeellijst met archeologie-documentaires. Hij zei dat hij niet wist dat dit allemaal mogelijk was!”
De reacties van collega’s:
De sfeer in de vergadering is positief. Je merkt dat de verhalen over de cliënten indruk maken. Sommige collega’s knikken instemmend, en een paar geven zelfs complimenten.
Esther, de jonge collega, glimlacht. “Ik hoorde van meneer Jansen dat hij het heerlijk vindt dat hij nu gewoon de krant kan lezen. Dat is toch mooi?”
Zelfs Jan, die eerder sceptisch was, schudt zijn hoofd en mompelt: “Nou, zolang het niet extra werk is voor ons…”
Toch blijft er iets knagen:
Aan het eind van de presentatie vraagt Sander (teamleider): “Mooi werk! En hoe gaan we nu verder?”
Jij legt uit dat het plan nu is om te kijken hoe de Compaan op andere afdelingen geïmplementeerd kan worden. De vergadering knikt instemmend, en er worden nog enkele vragen gesteld over de praktische kant.
Na afloop krijg je complimenten voor je werk, maar terwijl de collega’s de vergaderruimte verlaten, merk je dat het nog niet echt iets van het team zelf is geworden.
Dit is een eindpunt in pad A.
Open vraag: Hoe kijk je terug op het verloop? Ben je tevreden? Welk cijfer zou je jezelf tot zover geven?