Je hebt ervoor gekozen om aan te sluiten bij de teamvergadering, zodat je zeker weet dat iedereen de boodschap meekrijgt. Maar zodra je binnenkomt, merk je al snel dat dit geen ideale setting is.
De sfeer in de vergadering:
De vergadering is druk en rommelig. Mensen lopen in en uit omdat ze nog iets moeten regelen voor cliënten. De agenda is overvol en wordt door teamleider Sander strak bewaakt.
Hoe het gesprek verloopt:
Wanneer jouw agendapunt aan bod komt, kijkt Sander op zijn horloge en zegt: “We lopen al uit, dus houd het kort.”
Je geeft een beknopte uitleg over de Compaan en hoe deze in de organisatie geïmplementeerd wordt. Terwijl je spreekt, zie je Anneke, een ervaren verzorgende, haar notitieboek dichtslaan en een slok van haar koffie nemen.
“Ja, ja, klinkt goed hoor,” zegt ze, “maar voor wie is dit eigenlijk? Gaat de zorg hier makkelijker van worden of krijgen wij er alleen maar extra taken bij?”
Jan, een wat cynische verpleegkundige, lacht en leunt achterover. “Houd ons maar op de hoogte,” zegt hij, “maar ik ga me hier niet mee bemoeien. We hebben al genoeg aan ons hoofd.”
Esther, een jonge collega die net begonnen is, lijkt wel geïnteresseerd, maar zegt weinig. Na afloop komt ze even naar je toe: “Ik wil best meedenken, maar ik weet niet of ik hier iets over te zeggen heb…”
Margot en Ilse na afloop:
Na de vergadering kijken Margot en Ilse je met een veelzeggende blik aan. Ilse zucht: “Nou, dat was nuttig. Niet dus.”
Margot schudt haar hoofd: “Ik snap het ook wel, iedereen is druk. Maar nu weten ze nog steeds niet echt wat het is…”
Wat doe je nu?