Je hebt besloten om individuele collega’s te benaderen in de hoop om hen te betrekken bij de Compaan. Terwijl je door de gang loopt, zie je Jan bij het medicijnkastje staan, bezig met het controleren van een lijst. Je weet dat hij een ervaren verpleegkundige is, maar ook iemand die niet snel warm loopt voor veranderingen.
Gesprek begint:
Wanneer je hem nadert en begroet, kijkt hij kort op en knikt. “Hey. Alles goed?” Hij lijkt druk en afgeleid.
Je legt kort uit dat je bezig bent met het opzetten van een demonstratie voor de Compaan en dat je collega’s wilt spreken over wat zij belangrijk vinden.
Jan trekt een wenkbrauw op en zucht. “Oh, die tablet-dingen waar de managers het steeds over hebben? Ja, joh, prima. Maar ik heb het al druk zat. Ik moet al genoeg met die systemen werken.” Hij richt zich weer op zijn lijst.
Wat doe je?