Heeft het team een duidelijke visie op de toekomst?

Je vraagt Sander of er binnen zijn team eigenlijk een duidelijke visie is over waar de zorg over vijf jaar staat. Hij lijkt even ongemakkelijk en haalt vervolgens wat aarzelend zijn schouders op.

„Nou ja, kijk… Eerlijk gezegd is dat binnen het team wel een beetje lastig. Wat kun je ook verwachten, hè? Mensen hier zijn vooral bezig met hun dagelijkse zorgtaak. Ze zijn mbo- of hbo-opgeleid om te zorgen, niet per se om visionair te zijn of zoiets. Dat mag je eigenlijk ook helemaal niet van ze verwachten, toch?”

Je merkt dat Sander zich een beetje ongemakkelijk voelt en wellicht handelingsverlegen is op dit punt. Hij kijkt je vragend aan en zegt dan:

„Ik bedoel, vind jij het eigenlijk zo belangrijk dat iedereen binnen het team daarover nadenkt?”

Hij kijkt je afwachtend aan, duidelijk benieuwd naar jouw mening.

Je geeft duidelijk aan dat het juist heel belangrijk is om als team een gezamenlijke visie te hebben op de toekomst. Anders blijft innovatie altijd iets dat van bovenaf opgelegd wordt. Je begrijpt wat Sander bedoelt en stelt hem gerust. Misschien hoeft niet het héle team bezig te zijn met innovatie of visievorming. Je vraagt hem of hij misschien mensen in zijn team kent die dit leuk vinden. Deze collega’s zouden dan een grotere rol kunnen krijgen in het project.